dinsdag 31 oktober 2017

Briefwisseling Langeveld en Plessner

In het laatste nummer van Tijdschrift voor Biografie (vol 6, nr. 3, 2017) verscheen dit artikel over de correspondentie tussen Langeveld en Plessner, van de hand van Mineke van Essen en Jaap Bos.

dinsdag 5 september 2017

Columbusplaatjes


Uit het archief van Jikke de Ruiter nog enkele vondsten: plaatjes die in de aanloop naar de Columbustest zijn vervaardigd. Op sommige afbeeldingen staan in het handschrift van Langeveld opmerkingen, zoals bij het plaatje van het kind dat bij het bed van een ander kind staat: 'Kop van de persoon in bed niet goed'. Wie de tekeningen heeft vervaardigd ben ik nooit te weten gekomen. Lezers die menen het te weten worden vriendelijk verzocht zich met mij in verbinding te stellen. [Zie ook de post van 30 september 2011.]

donderdag 17 augustus 2017

Langeveld over de onaangepaste jeugd


Van 15-18 maart 1961 vond in Rotterdam de conferentie over 'Maladjusted "Youth"' plaats, georganiseerd door het miniserie van OKW (onder auspiciƫn van de Raad van Europa). Langeveld gaf er een inleiding (in het Engels) over 'sociale onaangepastheid bezien vanuit een antropologische invalshoek'. '(Mal)adjustment is deemed to exist in the Welfare State', betoogde Langeveld. De onaangepaste jeugd heeft niet geleerd sociale verantwoordelijk te nemen, en de oplossing bestaat er dus uit de onaangepaste jeugd te socialiseren. Het lijkt een echo van het onderzoek naar de maatschappelijk verwilderde jeugd uit de jaren vijftig.

dinsdag 18 juli 2017

Benoemd tot buitengewoon hoogleraar


Officieel Koninklijk Besluit waarmee Langeveld op 9 september 1939 tot buitengewoon hoogleraar werd benoemd, nog geen week na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

maandag 17 juli 2017

Lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde


Op 7 juni 1941 werd Langeveld benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde (archief De Ruiter).

woensdag 5 juli 2017

Nieuwe Langeveldiana


Onlangs geschonken door Jikke de Ruiter: vijf dozen Langeveldiana. Daaronder 2 schriftjes met collegeaantekeningen door K.W. Kruyswijk, die van november 1941 tot mei 1944 college liep bij Langeveld in Amsterdam, aan het Nutsseminarium (zie hoofdstuk 8 van de biografie). In de colleges van februari en maart 1944 gaat Langeveld uitvoerig in op het werk van Theodor Litt, een van zijn leermeesters. Hij zegt dan (12/2/44): 'De mens is animal educandum, d.w.z. een wezen dat op opvoeding aangelegd is, om opvoeding vraagt, opgevoed kan worden en opgevoed moet worden.'

maandag 19 december 2016

Langeveld in de aanbieding

Mijn biografie van Langeveld is niet meer leverbaar. Wel heb ik een aantal exemplaren over die ik graag voor 10 Euro (incl verzendkosten) aan de geĆÆnteresseerde lezer verkoop. Stuur mijn email (j.c.bos@uu.nl) indien u interesse heeft. Desgewenst met handtekening of opdracht!

woensdag 30 november 2016

Langeveld aan Linschoten: is de d een taalverrijking?


Op 12 maart 1964 schrijft Langeveld een kort briefje aan Johannes Linschoten, die enkele dagen later heel plotseling zal overlijden. Langeveld bedankt Linschoten voor het toesturen van twee overdrukjes en bespreekt dan een kwestie die tot nu toe onopgehelderd is: de vraag of de d een taalverschijnsel is. Is er een lezer die weet wat daarmee wordt bedoeld?
Amice. Hartelijk dank voor je twee overdrukken die mij beide zeer interesseren. Ik ben er lang niet zeker van, dat het gebruik van de d een "taalverrijking" is. Eerlijk gezegd, ik geloof wel dat zich taalkundig noemenden met zulke zaken bezig houden, maar daarmee is het nog geen taalverschijnsel / verschijnsel van de taal zelf. Evenwel dat raakt de rest niet. En ik houd mij aanbevolen voor meer! Met vriendelijke groet, je Langeveld.
Fotocredit: Linschoten (rechts) met onbekende heer, archief Rene van Hezewijk. Briefje Langeveld aan Linschoten: eveneens uit het archief van Van Hezewijk.

dinsdag 29 november 2016

Langeveld aan Plessner, 27 oktober 1958


Zeer gewaardeerde medespeler. In mijn rol van vriend – dubbelrol van belangstellende in filosofisch-anthropologische problemen – betuig ik je, van achter het mater, mijn erkentelijkheid voor de speltekst, welke je mij ter uitvoering hebt aangeboden [Zur Anthropologie des Schauspielers, 1948]. Dit gemaskerde bal moet bij de nadering van het dĆ©masquĆ© dantesk luguber zijn, want wat zal gebeuren…? Zijn het slechts dansende kleren waarop het porseleinen masker balanceert gesteund door een Sinterklaasstaf die – in het kwadraat: - “speelt” voor wervelkolom? “Behekste bezemstelen” schijnen we. [...]In niemands plaats kan ik staan maar in ieder beleef ik mijzelf als bejegening en de ander als zijn eigenheid die mij als een ander-dan-hij openbaart, maar altijd op een diepste beleving – waarvan de blik slechts ƩƩn identificatie geeft – van identiteit. [...] Excuseer, mombakkes, zo ver zijn we niet verschillend: in je plaats (Groningen) zou ik niet willen zijn, maar je ben ik, in a way, ondanks jezelf. Vandaar dat ik tekenen kan tt Langeveld.
Ongepubliceerde brief Langeveld aan Plessner in archief Rijksuniversiteit Groningen, UBG ples 135.88
Onder: Helmuth Plessner in Ascona, ca 1950.

maandag 29 februari 2016

Langeveld in Het Parool 27 december 1957


Onlangs gevonden in een tweedehands boek. Langeveld pleit nog eens voor een individuele benadering (en tegen de IQ test). "Wij hebben aan het Paedagogisch Instituut te Utrecht vele kinderen gezien met hoge intelligentie-quotiƫnten, die opgelegde schoolsucces waren, maar die verder beslist geen enkel soort buskruit zouden uitvinden."

donderdag 16 april 2015

Langeveld aan Eduard Bol en Jacques Carpay

Via Lennart Vriens bereikt mij zojuist een stapeltje Langeveldiana. Daaronder een brief van Langeveld aan Bol en Carpay, die in 1969 een notitie hadden geschreven getiteld 'Denken en taal'. Het manuscript, schrijven de auteurs in een begeleidend rondschrijven, is tot stand gekomen 'op grond van een zeker onbehagen, dat bij menig taalpsycholoog opkomt wanneer hij kennis heeft genomen van de uitkomsten in veel recent psych linguïstisch onderzoek.' Langeveld schreef op 16 november 1969 een twee pagina's tellende brief, waarin hij opmerkt: 'Ik ben het stellig met u eens, dat wij om inzicht te krijgen "in de psycholinguistische processen, die zich bij spreker en de hoorders tijdens de "Sprechakt" voltrekken, moeten uitgaan van situaties, die voor de proefpersonen reële taalgebruikssituaties zijn." Alleen, mijn instemming berust niet op uw voorafgaande redenering, want die is niet juist.'

donderdag 5 februari 2015

Geleerdenbiografieen: symposium

wanneer? 6 maart waar? Universiteitsmuseum Universiteit Utrecht, Lange Nieuwstraat 106 programma 13.00 uur Inloop 13.30 uur Welkom door dagvoorzitter Ingrid van der Bij, directeur ADNG 13.45 uur Leen Dorsman (hoogleraar Universiteit Utrecht) ??? 14.30 uur Langeveld in beeld 14.45 uur Twee biografen over ƩƩn leven: M.J. Langeveld. Discussie tussen Bas Levering en Jaap Bos Universiteit Utrecht) 15.30 uur pauze 15.50 uur Miniworkshop: de immateriƫle wereld van H.W.F. Stellwag onder leiding van Mineke van Essen. 16.40 uur Dolph Kohnstamm: Kanttekeningen bij mijn grootvader Ph. A. Kohnstamm 17.00 uur Afsluitende borrel

donderdag 4 december 2014

Langeveld in de jaren tachtig


Foto Marja Leeuwenberg

16 maart 1962

Langeveld schrijft een Letter to the Editor van The Spectator SIR.---I read the Spectator as one of my sources of information about England. I do not read it to be informed about Sweden. Quite a number of people wrote letters to tell Mr. Fennell that he was wrong and rude. Sir, I invite Mr. Fennell to irritate the Dutch and their friends by writing an equally aggressive article about Holland and the Dutch. Some of us would love it. Some of us would feel that sometimes countries need a shake-up and that their self-satisfaction is becoming too self-evident for life. Although this applies to England as well as to Holland and although we are willing to reciprocate Mr. Fennell's services, we would rather have him come soon. Afterwards, of course, we'll tear his article to pieces and tell him how wrong and rude he has been.

woensdag 1 oktober 2014

Uit de recensie van Wilna Meijer

Het lijkt geen twijfel dat de Nederlandse pedagoog Langeveld (1905-1989) een biografie verdient, en al evenmin dat dat wel zo’n mooi vormgegeven, kloek boek met fotokatern als dit mag zijn. Langeveld was in de tweede helft van de vorige eeuw beeldbepalend in pedagogisch Nederland, niet alleen aan zijn eigen Utrechtse universiteit, maar ook aan andere universiteiten. Wie daar pedagogiek studeerde, kreeg geheid zijn ‘Btp’ te bestuderen, net als wie op een kweekschool of pedagogische academie zat. Die toen gangbare afkorting van zijn hoofdwerk, de ‘Beknopte theoretische pedagogiek’, geeft al aan dat het als een monument gold. [verschenen in Pedagogiek, vol 33, nr. 1, 2013]

dinsdag 24 september 2013

Langeveld en Strasser

Via Lennard Vries ontving ik vandaag nog eens twee mapjes Langeveldiana. Een bevat een typoscript van een kritiek op Stephan Strassers Fenomenologie en empirische menskunde uit 1962. Tijdens het schrijven van mijn biografie beschikte ik over slechts een deel van die kritiek (zie p. 330 en verder in Pedagoog aan de hand van het kind). Nu blijkt dat de kritiek een bijna 60 pagina's tellend typoscript is, waarin Langeveld hoofdstuk voor hoofdstuk, pagina voor pagina met Strasser in discussie gaat. 'Strasser geeft kort weer, dat Sartre's "intentionaliteits"-begrip de instantie op het mundaan objekt beoogt. Mijn tafel is niet "in" mijn bewustzijn. Nu beweert Husserl dat ook niet. Husserl analyseert echter wat er van die tafel als representatnt in het bewustzijn optreedt. Sartre bedoelt, dat die "representant" niet de zaak zelf is, maar dat die zaak door dee representatnt is wat ze is (wat ze "an si"ch" is, weet niemand en speelt geen rol). Daarmee is gewoon de oude onderscheiding van het zijn in: "An-sich" en "kenbaar" - op een andere basis! - weer opgedoken.'

vrijdag 2 augustus 2013

Van den Berg aan Langeveld, 23 nov. 1977


Beste Langeveld
Mijn vrouw en ik hebben je lange brief gelezen en herlezen; beste dank voor je aandacht en inspanning! Over de diagnose zijn wij het klaarblijkelijk tamelijk, misschien wel helemaal eens. Over de therapie niet… Jij blijft een opvoeder; dat kan ook moeilijk anders. Ik zou wel naast jou willen staan ware het niet dat het getal mij in de weg zit, allereerst het getal mensen. Zolang Nederland (om ons vaderland als voorbeeld te nemen) dertien, veertien miljoen mensen draagt, valt van de toekomst naar mijn stellige overtuiging niets te verwachten. Hetzelfde geldt, zelfs a fortiori, voor de hele wereld. Pas wanneer de bevolkingscurve is teruggevallen tot het niveau van voor de industriĆ«le revolutie kan de overgeblevene mensheid weer aan haar toekomst werken. Leef ik dan nog, met voldoende fut, dan zal ik naast jou, de opvoeder, komen staan, aangenomen dat jij dan ook nog leeft, met voldoende fut.
Zullen wij elkaar begin volgend jaar weer eens zien?
Met hartelijke groet van huis tot huis.
Prof. Dr. J. H. van den Berg.

donderdag 1 augustus 2013

Langeveld voor het gebouw van de Hilversumsche schoolvereniging, waar zijn vader in 1908 lesgaf.

'Was ik een gelukkig kind? Ik geloof dat wel. Lieve mensen, een hard werkende vader en moeder in Haarlem, toen in Hilversum, daarna in Amsterdam van 1915 of ’16 af dat ik groot was en zelf m’n woonplaatsen kreeg – en trouwde en vader werd van vier kinderen. Jong in een liefdevolle wereld, een kleine maar een open wereld.' [Ongepubliceerde autobiografische herinnering 'De kinderen van toen en nu', ca augustus 1980]